Servicekosten
Servicekosten zijn alle kosten die de
verhuurder boven op de kale huur aan u in rekening mag brengen.
Hierbij kunt u denken aan de kosten voor water, gas, elektriciteit
en het schoonhouden van gemeenschappelijke ruimtes. De servicekosten
moeten duidelijk gescheiden zijn van de kale huur in het
huurcontract.
Dit komt kortweg op het volgende neer: bij het
tekenen van uw huurovereenkomst bent u met uw verhuurder een
maandelijks totaal bedrag overeengekomen voor het huren van uw woning: de
zogenoemde bruto huur. Deze bruto huur bestaat uit de kale huurprijs (netto huur)
plus de servicekosten.
Woon- en zorgservicekosten
Sinds 2005 maakt de wetgever onderscheidt
tussen woonservicekosten en zorgservicekosten. Kosten als water,
elektriciteit, gas, schoonmaak, glasbewassing vallen onder de
woonservicekosten. Andere vormen van dienstverlening als
maaltijdverstrekking, alarmering en verpleging zijn
zorgservicekosten. Belangrijk onderscheidt
tussen woonservicekosten en zorgservicekosten is dat
zorgservicecomponenten veelal individueel of facultatief worden
aangeboden en woonservicecomponenten veelal collectief worden
aangeboden. Ander onderscheid is dat de Huurcommissie geen uitspraak
mag doen over zorgservicekosten. Alleen de rechter kan uitspraken
doen over geschillen m.b.t. zorgservicekosten.
Voorschot
Veel huurders betalen maandelijks een voorschot
voor de servicekosten. Binnen een half jaar na afloop van het
kalenderjaar ontvangt u van uw verhuurder een afrekening
servicekosten. Deze afrekening is een vergelijking van de betaalde
voorschotten en de werkelijke kosten. Bij het bepalen van de
werkelijke kosten per woonruimte wordt al dan niet gebruik gemaakt
van verdeelsleutels. Is het totaal betaalde voorschot hoger dan de
werkelijke kosten, dan krijgt u het teveel betaalde bedrag terug.
Waren de werkelijke kosten hoger dan de totaal betaalde voorschotten,
dan moet u bijbetalen.
Huurders in gebouwen met een collectieve
stookinstallatie betalen vaak ook voor (individuele) stookkosten.
Veelal worden deze (individuele) stookkosten apart van de overige
servicekosten afgerekend op basis van opgenomen standen van
warmtemeters. Op basis van een afrekening zal uw verhuurder nieuwe
voorschotten vaststellen. Deze mogelijk gewijzigde voorschotten gaan
veelal in per 1 juli van het lopende jaar. Zolang de verhuurder nog
geen afrekening servicekosten heeft verstrekt, is het niet
toegestaan de voorschotten aan te passen.
Het door een verhuurder opvoeren en in rekening
brengen van een nieuw component, mag slechts wanneer 70% van de
bewoners daarmee instemt. Dit geheel conform
Art. 7:261 lid 2 BW. Wanneer uw verhuurder bijvoorbeeld warmtemeters wil plaatsen dient
70% van de bewoners daarmee in te stemmen. Dit toetsen door middel
van een enquête.
Niet eens met de
kosten
Bent u het niet eens met de door u te betalen
voorschotten of met de afrekening service- of stookkosten, dan kunt
u allereerst bij uw verhuurder inzage in de werkelijke kosten vragen.
Uw verhuurder is verplicht u deze inzage te geven. Komt u er
desondanks niet uit dan kunt u een onderzoek door de Huurcommissie
aanvragen. De Huurcommissie zal dan onderzoek doen naar de hoogte
van de voorschotbedragen, dan wel naar de juistheid van de
werkelijke kosten. De huurder en de verhuurder zijn gebonden aan de
uitspraak van de Huurcommissie. Wel is het mogelijk om binnen acht
weken na de uitspraak een vordering in te dienen bij de
kantonrechter.
In de wet zijn regels over de wijze van
berekening van de servicekosten opgenomen. Verder zijn er
Koninklijke Besluiten vastgesteld, waarin regelingen over
servicekosten zijn opgenomen. Zie het
Besluit Kleine
Herstellingen en het
Besluit Servicekosten.