Besluit kleine herstellingen
Besluit van 8 april 2003, houdende aanwijzing
van herstellingen die moeten worden aangemerkt als kleine
herstellingen als bedoeld in artikel 240 van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek (Besluit kleine herstellingen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 14 november 2002, nr. MJZ2002095609,
gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
Gelet op artikel 240 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 17 januari 2003, nr.
W08.02.0520/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 april 2003, nr.
MJZ2003025743, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De herstellingen aangewezen in de bijlage behorend bij dit besluit
worden in ieder geval aangemerkt als kleine herstellingen als
bedoeld in artikel 240 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 3
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kleine herstellingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 8 april 2003
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
H. G. J. Kamp
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
Uitgegeven de negenentwintigste april 2003
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
Bijlage behorende bij artikel 1 van het
Besluit kleine herstellingen
a. het witten van binnenmuren en plafonds en het schilderen van
binnenhoutwerk en zonodig het behangen van de binnenmuren;
b. de voorbereidende werkzaamheden voor de onder a omschreven
werkzaamheden, waaronder in elk geval het plamuren, schuren en
opvullen van gaatjes, butsen en geringe (krimp)scheuren;
c. het vastzetten en vastschroeven van loszittende onderdelen van de
woonruimte, waaronder in elk geval loszittende:
– trapleuningen, deurknoppen en drempels;
– elektrische schakelaars, wandcontactdozen en
deurbellen;
d. het, zonder dat daaraan noemenswaardige kosten verbonden zijn, vervangen en vernieuwen van bestanddelen en onderdelen van de woonruimte, die gemakkelijk zijn te vervangen en zich binnen het woonruimtegedeelte van het gehuurde bevinden, waaronder in elk geval:
– kraanleertjes en andere eenvoudig te vervangen
onderdelen van kranen;
– deurknoppen en sloten, hang- en sluitwerk van de
deuren en ramen;
– vloer- en plafondroosters;
– sleutels van binnen- en buitensloten;
– garnituur voor douche- en toiletruimte;
– garnituur voor de w.c.;
– elektrische schakelaars, wandcontactdozen,
deurbellen, kabel,- telefoon- en computeraansluitingen en
vergelijkbare onderdelen van datanetwerken;
e. het gangbaar houden, regelmatig controleren van de beweegbaarheid en zonodig oliën en smeren of ontkalken van beweegbare onderdelen, waaronder in elk geval:
– scharnieren van deuren, luiken en ramen;
– sloten;
– kranen;
f. het treffen van voorzieningen ter voorkoming van (reparatie van)
bevroren kranen;
g. het vervangen van lampen aan de buitenzijde van het
woonruimtegedeelte van het gehuurde en in de gemeenschappelijke (buiten)ruimten;
h. het vervangen van beschadigde ruiten en ingebouwde spiegels,
voorzover daaraan geen noemenswaardige kosten verbonden zijn;
i. het, zonder dat daaraan noemenswaardige kosten verbonden zijn,
onderhouden en vervangen van onderdelen van technische installaties,
gelegen binnen het woonruimtegedeelte van het gehuurde en daar deel
van uitmakend, voorzover deze werkzaamheden onderhoudstechnisch
eenvoudig zijn en geen specialistische kennis vereisen, waaronder in
elk geval:
– het ontluchten en bijvullen van het water van de
verwarmingsinstallatie;
– het opnieuw opstarten van de
verwarmingsinstallatie na uitval;
– het vervangen van filters van de (mechanische)
ventilatie en het schoonhouden van de roosters;
j. het aanbrengen en onderhouden van tochtwerende voorzieningen,
indien noodzakelijk en voorzover aan deze werkzaamheden geen
noemenswaardige kosten verbonden zijn;
k. het, zonder dat daaraan noemenswaardige kosten verbonden zijn,
vervangen en vernieuwen van bestanddelen en onderdelen van de
woonruimte welke zich buiten het woonruimtegedeelte van het gehuurde
bevinden en die gemakkelijk zijn te vervangen, waaronder in elk
geval:
– onderdelen van de brievenbus;
– onderdelen van de buitenlamp;
– onderdelen van de carport;
– onderdelen van de vlaggenstokhouder;
l. het onderhoud aan tuinen, erven, opritten en erfafscheidingen, zodanig dat deze onroerende aanhorigheden een verzorgde indruk maken, waaronder in elk geval:
– bij eerste bewoning van een woonruimte de tot het
woonruimtegedeelte van het gehuurde behorende tuin of erf: de aanleg
van de tuin of erf met uitzondering van de aanleg van opritten en
toegangspaden en het aanbrengen van een eenvoudige erfafscheiding;
– het egaliseren van de tuin en het opbrengen van
teelaarde;
– het regelmatig maaien van het gras,
– het regelmatig verwijderen van onkruid in de tuin
en tussen tegels van opritten, toegangspaden en terrassen;
– het vervangen van gebroken tegels;
– het regelmatig snoeien van heggen, hagen en
opschietende bomen;
– het vervangen van beplanting die is doodgegaan;
– het vervangen van kapotte planken of segmenten
van houten erfafscheidingen, het rechtzetten en recht houden van
houten erfafscheidingen;
– indien de erfafscheidingen zijn geverfd of
gebeitst: erfafscheidingen regelmatig verven of beitsen;
m. het zonodig vegen van schoorstenen, afvoer- en ventilatiekanalen,
voorzover deze voor de huurder bereikbaar zijn;
n. het schoonhouden en zonodig ontstoppen van het binnenriool tot
aan het aansluitpunt vanuit het woonruimtegedeelte van het gehuurde
op het gemeenteriool dan wel op het hoofdriool, voorzover deze
riolering voor de huurder bereikbaar is;
o. het schoonhouden en zonodig ontstoppen van de vuilstortkoker en
het schoonhouden van de vuilniscontainerruimte, voorzover deze
voorziening en ruimte voor de huurder bereikbaar zijn;
p. het schoonhouden van het woonruimtegedeelte van het gehuurde en
van de gemeenschappelijke ruimten;
q. het wassen en schoonhouden van de binnen- en buitenzijde van de
ruiten, kozijnen, deurposten, het geverfde houtwerk en andere
geverfde onderdelen, voorzover deze voor de huurder bereikbaar zijn;
r. het bestrijden van ongedierte, voorzover daaraan geen
noemenswaardige kosten verbonden zijn en voorzover de aanwezigheid
van dit ongedierte geen gevolg is van de bouwkundige situatie van de
woonruimte;
s. het regelmatig schoonhouden van goten en regenafvoeren, voorzover
deze voor de huurder bereikbaar zijn;
t. het regelmatig verwijderen van zwerfvuil;
u. het verwijderen van graffiti, voorzover daaraan geen
noemenswaardige kosten verbonden zijn en voorzover deze graffiti
voor de huurder bereikbaar is;
v. het legen van zink- en beerputten en septictanks.